De werking van een warmtepomp

Een aardwarmtesysteem bestaat primair uit 4 elementen:


-        de energiebron

-        de opslag van de energie

-        het verplaatsen van de energie

-        het afgiftesysteem voor de energie

 

De energiebron

De aardbol is een onmeetbare bron van energie. De zon verwarmt de atmosfeer, en daarmee de bovenste laag van de aardkorst, al miljoenen jaren. Omgekeerd verspreidt de aardkern al miljoenen jaren haar warmte van binnenuit tot aan de aardkorst. De eerste meters onder het aardoppervlak zijn nog sterk onderhevig aan de seizoensschommelingen. Op één meter diepte schommelt de bodemtemperatuur tussen 4 en 17°C. Op 5 à 7 m diepte is die externe invloed bijna verdwenen en heeft de bodem een temperatuur van 10 à 12°C. Dieper stijgt de temperatuur langzamer, namelijk met 1,5 à 3°C per 100m.  Door middel van een warmtepompinstallatie benutten we deze constante bron van gratis warmte uit onze omgeving voor het behaaglijk verwarmen van gebouwen en warm sanitair tapwater.

 

De opslag van de energie

De aarde kan ook fungeren als opslag buffer voor energie. Door in de zomer uw gebouw te koelen of  via een energiedak het overschot aan zonne energie op te slaan in de bodem kunt u deze energie bufferen in de aarde. In de winter kan deze warmte weer worden onttrokken om met een verhoogd rendement te kunnen verwarmen.

We gebruiken de aarde feitelijk als accumulator van energie.

 

Het verplaatsen van de energie

Warmtepompen zijn duurzame energiesystemen die onbenutte warmte (exergie) uit onze omgeving omzetten in bruikbare warmte (energie). In bijna ieder huis staat een warmtepomp in de vorm van een koelkast of diepvries. De koelkast onttrekt warmte aan de binnenruimte (de te koelen producten) en geeft die warmte af aan de buitenkant (de ruimte waar hij staat). Een warmtepompinstallatie ontstaat als volgens ditzelfde principe warmte van buiten (bijvoorbeeld de bodem) afgegeven wordt in een gebouw (bijvoorbeeld via de cv-installatie).

 

Het afgiftesysteem voor de energie

De warmtepomp installatie brengt het CV water bij voorkeur naar een lage temperatuur van 35°C a 40 C . De winstfaktor van de warmtepomp (C.O.P) is bij deze temperaturen het hoogste. Deze temperatuur is echter veelal lager dan de temperatuur waarop de meeste bestaande CV’s zijn uitgelegd (60 a 80 °C). De meeste afgifte systemen  met traditionele radiatoren zijn hierop ontworpen.  Zij hebben bij de door ons gewenste lage temperaturen te weinig vermogen om een ruimte goed te verwarmen. In dat geval worden de radiatoren vervangen door speciaal ontwikkelde lage temperatuur radiatoren. Vloerverwarming (of lage temperatuur wand- en/of plafondverwarming) zijn direct geschikt om met lage temperatuur te verwarmen.